In de voorbije weken zijn op LinkedIn veel berichten de revue gepasseerd waarin de uitzonderingspositie van letselschadevergoedingen voor de vermogensinkomensbijtelling (VIB) centraal staat. Meer specifiek gaat het om de VIB in de bepaling van de door het slachtoffer verschuldigde eigen bijdrage Wlz. (Wet langdurige zorg) wegens het verblijf in een zorginstelling. De berichten hebben betrekking op een recente publicatie in het Staatsblad (Besluit van 26 november 2018, nr. 444) over de herziening van het Besluit langdurige zorg.

Naar aanleiding van deze recente ontwikkelingen ontvangen wij – rekenkundigen van de Bureaus – veel verzoeken van opdrachtgevers om berekeningen, waarin reeds rekening is gehouden met een eigen bijdrage Wlz., aan te passen door de vermogenstoename wegens uitkering van de letselschadevergoeding volledig buiten beschouwing te laten. Het is echter een misverstand om te veronderstellen dat het vermogen vanuit een letselschadevergoeding geen rol van betekenis meer zou spelen in de vaststelling van de eigen bijdrage door het wegvallen van de VIB voor letselschade uitkeringen. Integendeel, de nieuwe uitzonderingspositie moet worden beschouwd als een eerste stap in de goede richting, maar biedt niet de oplossing voor het onderliggende probleem. Als rekenkundige acht ik het van belang om een reëel verwachtingspatroon te schetsen van de gevolgen voor de schade die de wetswijziging tot gevolg heeft.

De hoogte van de eigen bijdrage Wlz. wordt voor het leeuwendeel bepaald door het bijdrageplichtig inkomen van het slachtoffer. Het bijdrageplichtig inkomen bestaat uit de belastbare inkomens in box 1 (werk en woning), box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (sparen en beleggen). Er is sprake van een sneeuwbaleffect. Een letselschadevergoeding komt tot uitkering. Dit resulteert achtereenvolgens in de volgende stappen: een toename van het vermogen (box 3), een toename van het bijdrageplichtig inkomen, een toename van de verschuldigde eigen bijdrage en een toename van de letselschadevergoeding. Er is sprake van zogenoemde iteratieve (zich herhalende) processen. De wetgever heeft ten aanzien van de vermogenstoename in de bepaling van het bijdrageplichtig inkomen geen uitzondering gemaakt voor voor letselschade uitkeringen. Dat is waar de schoen wringt.

Het wegvallen van de VIB voor letselschadevergoedingen doet het voornoemde sneeuwbaleffect niet voorkomen. De eigen bijdrage Wlz. is gemaximeerd (per 1 januari 2019 € 28.377,60 op jaarbasis). De toepassing van de VIB heeft tot effect dat de maximum eigen bijdrage sneller wordt bereikt, waardoor vanuit een rekentechnisch perspectief minder iteratieve stappen benodigd zijn. De nieuw ontstane uitzonderingspositie heeft dus concreet tot gevolg dat meer herhalingen moeten worden toegepast om de maximum bijdrage in de toekomstige jaren te kunnen bereiken. De ‘turbo-knop’ is als het ware uit de berekeningen verdwenen.

Heeft de uitzonderingspositie dan geen effect op de hoogte van de schade? Ook dat is niet het geval. Het wegvallen van de VIB heeft weldegelijk een verlaging van de schade tot gevolg, maar niet in een dergelijke mate om van een oplossing te kunnen spreken. Hoe groot het effect van de uitzonderingspositie daadwerkelijk is, blijft per casus verschillend en is ook mede afhankelijk van de vermogenspositie van het slachtoffer voorafgaand aan de uitkering van het schadekapitaal. Op basis van enkele voorbeeldberekeningen die binnen ons kantoor zijn opgesteld is gebleken dat de totale netto schade met (bij benadering) een factor 3 toeneemt bij toepassing van een VIB van 4%. Rekening houdend met een VIB van 0% is bij diezelfde rekenvoorbeelden sprake van een toename van de totale netto schade met (bij benadering) een factor 2,5.

Ook na de komst van de uitzonderingspositie van letselschadevergoedingen voor de VIB blijft de problematiek omtrent de toename van de eigen bijdrage Wlz. – en de explosieve toename van de totale schade die daardoor ontstaat – bestaan. Het probleem kan volledig aan banden worden gelegd indien ook een uitzonderingspositie voor letselschadevergoedingen wordt gecreëerd voor box 3 in de bepaling van het bijdrageplichtig inkomen. De wetgever is dus nogmaals aan zet.

mr. Robert Withagen / Rekenkundig Expert Personenschade

de Bureaus BV (Analyse & Rekenen)


Terug naar het overzicht