Sinds 2015 is er een officiële opleiding tot herstelcoach die gegeven wordt door Quasir Academy. Ikzelf mag 2 van de modules onderwijzen. Steeds vaker zie ik professionals die al op een ander terrein in de letselschadebranche werkzaam zijn aan de opleiding deelnemen. Voor deze deelnemers is dan vaak de vraag: ‘waar zit nu eigenlijk het verschil met wat ik al doe’. Wat ik grappig vind om te merken is dat veel van deze professionals eigenlijk al denken dat ze werken als herstelcoach en dat ze alleen het papiertje nog moeten behalen om die denkwijze bevestigd te zien.

De onderliggende aanname is vaak dat men herstelcoaching vooral ziet als een zeer empathische benadering van het slachtoffer. En welke professional vindt zichzelf nu niet empathisch? Voor de goede orde: ik ben groot voorstander van een empathische benadering van het slachtoffer, maar herstelcoaching draait naar mijn mening toch echt om andere kernkwaliteiten, namelijk regie durven loslaten en oordeelvrij zijn. En dat zijn nu juist competenties waar letselschadeprofessionals over het algemeen niet op geselecteerd worden. Integendeel: het innemen van een standpunt en dit kunnen verdedigen is het beoordelingscriterium bij uitstek voor de letselschadeprofessional. Als herstelcoach vertoon je dus gedrag dat tegenovergesteld is aan dat wat van de letselschadeprofessional verwacht wordt.

Om dat specifieke aspect naar voren te brengen gebruik ik tijdens de opleiding vaak een simpel rollenspel. Degene die het slachtoffer speelt krijgt een ‘normale’ rolbeschrijving, de herstelcoach in het rollenspel krijgt het verzoek betrokkene uit te nodigen zoveel mogelijk informatie te geven……….zonder te spreken. Dat blijkt zonder uitzondering een zeer moeilijke opdracht. De reacties na afloop zeggen veel over het competentieprofiel van de cursist. Hoe groter de onmacht die de cursist voelt, hoe minder deze gewend is om de regie bij een ander te laten. Bij elke oefening wordt wel een cursist boos, of gaat deze toch verbaal uitleg geven aan betrokkene vanwege de ‘onmogelijkheid’ van deze oefening.

Herstelcoaches praten in de praktijk uiteraard wel, maar het is hun taak om vooral betrokkene te laten praten en te laten nadenken over hoe nu verder. Kortom: een goede herstelcoach kan vooral goed luisteren en nodigt, ook non-verbaal, een betrokkene uit om veel ruimte in het gesprek in te nemen. Dat lijkt heel simpel om in de praktijk te brengen, maar zoals ik net al beschreef is dit in feite voor veel mensen reuze moeilijk. De zwijgoefening is niet zomaar gekozen, de echte test in een gesprek is namelijk de stilte. Probeert u zelf maar eens om in een conversatie met een ander op een gegeven moment niets meer te zeggen. U hoeft meestal niet lang te wachten tot er iets gebeurt, want na een seconde of 10 ervaart men de stilte vaak al als ongemakkelijk en daardoor ontstaat vaak ook enige spanning tussen de gesprekspartners. Bent u in zo’n situatie in staat het initiatief bij de ander te laten, ook al loopt de spanning in het gesprek daardoor nog hoger op? Mijn ervaring is dat daadkrachtige types in zo’n geval het heft in handen gaan nemen door de stilte te verbreken. Een goede herstelcoach houdt zijn mond.


Terug naar het overzicht