Zeer onlangs leverde een item bij Radar over de belastingschade en het gemis van toeslagen in letselschades een storm aan reacties op. Dat leek mij eerder een storm in een glas water. Iedere letselschade-expert die een knip voor zijn neus waard is, weet immers dat deze schadecomponenten  gewoon een onderdeel van de schade behoren te zijn en dus vergoed worden door de aansprakelijke partij.

Uiteraard dienen deze schadecomponenten dan wel als zodanig zichtbaar te zijn op de schadestaat zodat ook voor het slachtoffer duidelijk is welk bedrag daarvoor is opgenomen. En daar wringt hem soms nog wel eens de schoen. Met name als in zaken pragmatisch geregeld wordt in de vorm van een lumpsum.

Mogelijk toeval, maar zo kregen wij bij het RekenBureau in de week na de Radaruitzending het verzoek binnen om de belastingschade te bepalen in een zaak die reeds pragmatisch geregeld was voor een bedrag van enkele tonnen. Omdat een onderliggende berekening ontbrak, kon de overeengekomen lumpsum echter op geen enkele manier worden herleid. Eenmaal ‘pragmatisch ingevoerd’  in het RekenProgramma leidde de extra schade naar een fors hoger bedrag. Dat viel partijen wat rauw op het dak.

Ik snap dat dan de verleiding heel groot kan zijn om achteraf te gaan draaien aan de uitgangspunten omdat de deal eigenlijk al rond is. Het lijkt me echter van groot belang dat letselschadeprofessionals die verleiding weerstaan. Ook bij pragmatisch regelen dienen de uitgangspunten centraal te staan en niet de lumpsum. Als dan achteraf blijkt dat die uitgangspunten niet goed vertaald zijn in een passend schadebedrag, dan moeten partijen met de billen bloot, toegeven dat ze een fout hebben gemaakt en deze alsnog herstellen. Zou dat in de praktijk niet gebeuren, dan zou deze storm in een glas water alsnog tot orkaankracht kunnen aanzwellen!


Terug naar het overzicht