Patiënt of betrokkene?


Patiënt of betrokkene?
In medisch adviesland is een interessante ontwikkeling gaande. Er worden namelijk steeds meer concepten ontwikkeld waarbij persoonlijk contact tussen de betrokkene en de medisch adviseur wordt gestimuleerd. Ook op ons kantoor verwelkomen wij steeds vaker betrokkenen voor een toestandbepaling (dat is een klein gericht lichamelijk onderzoek) of een carrouselintake.

Ik vind dit een heel positieve en eigenlijk ook noodzakelijke ontwikkeling. Adviseren vanaf papier betekent dat de medisch adviseur voor zijn oordeelsvorming geheel afhankelijk is van de waarneming van anderen. Door zelf de betrokkene te spreken en te onderzoeken krijgt de medisch adviseur een completer beeld van (het letsel van) betrokkene. Bovendien vinden ook veel betrokkenen het prettig om persoonlijk hun verhaal te kunnen overbrengen en ervaren ze de uiteindelijke beoordeling daardoor als minder afstandelijk.

De vraag is of er ook een behandelrelatie ontstaat tussen de medisch adviseur en de betrokkene. Die vraag is niet zondermeer met ja of nee te beantwoorden. Een medisch adviseur zal nooit zelf een diagnose stellen of een medicijnrecept uitschrijven. Maar in de regel komt het wel voor dat de medisch adviseur een behandelsuggestie doet. En als betrokkene in een persoonlijk gesprek een vraag stelt aangaande zijn behandeltraject, zou het vreemd zijn als de medisch adviseur daar dan geen antwoord op zou (mogen) geven.

Een voorbeeld uit de praktijk. Tijdens een carrouselintake ziet onze medisch adviseur een jonge vrouw met whiplashklachten. Ze heeft vooral veel last van hoofdpijn. Ze heeft een halskraag om op advies van de fysiotherapeut (ja, dat bestaat nog…..) en tijdens het gesprek blijkt dat de huisarts niet zuinig is geweest bij het voorschrijven van pijnstillers. De medisch adviseur heeft vervolgens het advies gegeven om met zowel de fysiotherapeut als de huisarts contact op te nemen om hen te vragen of de kraag af kan en of het medicijngebruik kan worden afgebouwd.

Mogelijk vindt u dat de medisch adviseur hiermee een stap te ver is gegaan en dat betrokkene hierdoor patiënt is geworden. Ik zou daar tegenin willen brengen dat elke arts de plicht heeft om gezondheid te bevorderen en lijden te verlichten. In dat licht is het voor mij juist onacceptabel als de medisch adviseur niet in zou grijpen.

Trek je deze lijn in extremis door, dan kun je ook betogen dat er tussen de medisch adviseur en betrokkene bij persoonlijk contact een behandelingsovereenkomst ontstaat in het kader van de WGBO. En dat lijkt mij nu juist weer niet de bedoeling, want die wet is niet geschreven met het oog op de bijzondere positie van de medisch adviseur.

Naar mijn mening is het louter en alleen oordelen op basis van ‘papieren’ informatie echt niet meer van deze tijd. De ontwikkelingen waarbij de medisch adviseur, in ieder geval aan de kant van het slachtoffer, actief persoonlijk contact met betrokkene nastreeft, zijn daarom in mijn opinie ook niet meer tegen te houden.

Dat betekent wel dat er opnieuw moet worden gekeken naar de specifieke rol van de medisch adviseur en diens bevoegdheden. Ook de rechten van betrokkene ten aanzien van het medisch traject zullen opnieuw geëvalueerd moeten worden. Ik verwacht dat die rechten zullen worden uitgebreid, al zullen die rechten nooit zo groot worden als bij een ‘normale’ behandelingsovereenkomst.