Geplaatst op:


Onlangs werden er bij ons op kantoor opnames gemaakt voor het RTL Z-programma ‘Doe maar Duurzaam’. Door middel van twaalf filmpjes van drie minuten wordt gepoogd de letselschadeprocessen begrijpelijker te maken voor de kijker. Vier belangrijke thema’s in ons vakgebied komen daarbij aan de orde, te weten whiplash, herstel versus schade, herstelcoaching en het imago van de letselschadebranche. Ook al gaat het om in totaal 36 minuten uitzendtijd, toch is dat natuurlijk niet genoeg om letselschades echt te kunnen doorgronden.

Vandaar dat er ook drie podcasts werden opgenomen om meer verdieping op deze onderwerpen te krijgen. Na afloop van de opnames voorde podcasts vertrouwde interviewer Roelof Hemmen mij toe dat hij de letselschade maar lastige materie vond. Hij had van tevoren zijn huiswerk gedaan en was daarbij vooral verhalen tegengekomen van zaken die in de ogen van slachtoffers niet goed waren afgewikkeld. Hij was met een niet al te positief beeld de interviewreeks begonnen. Dat negatieve beeld werd tijdens de interviews bijgesteld, maar de complexiteit van dit type schades had hem toch verrast. En dat vond ik dan weer verrassend omdat hij, als doorgewinterde journalist, toch getraind is om zich snel moeilijke onderwerpen eigen te maken.

Toen ik daar verder over nadacht realiseerde ik mij dat dat waarschijnlijk is omdat letselschades niet zwart-wit zijn. De perspectieven kunnen enorm verschillen. Laat mij het voorbeeld geven van een 24-jarige man die zzp’er is en na een verkeersongeval zoveel klachten ontwikkelt dat hij niet meer kan werken. Hij zit dus vanaf het ongeval zonder inkomsten. De aansprakelijkheid staat bij verkeersongevallen meestal snel vast. Wat zou jij dan een redelijke termijn vinden om tot schadeafwikkeling te komen? Stel dat deze schadeafwikkeling langer dan een jaar duurt, zou je dat aanvaardbaar vinden? Zou je het oké vinden als het bedrijf van deze man failliet gaat doordat er lang onduidelijkheid is over de schadeafwikkeling? Ik denk dat velen die laatste twee vragen negatief zouden beantwoorden. Verandert dat antwoord als het om een ongeval met minimale impact gaat? Of als deze zzp’er al aantoonbare klachten had voorafgaand aan het ongeval? Als blijkt dat er allerlei problemen in de privésituatie spelen die ook kunnen leiden tot vergelijkbare klachten? Of als uit de financiële cijfers blijkt dat zijn bedrijf al zwaar verliesgevend was?

Het is niet meer dan logisch dat de verzekeraar de mogelijkheid krijgt om goed te onderzoeken wat er in dit specifieke geval precies gaande is. De hamvraag is: hoe lang mag dit onderzoek dan duren? En hoe lang mogen we blijven discussiëren totdat een definitief standpunt wordt ingenomen? Bij de beantwoording van die vraag breekt het verschillende perspectief ons vaak op. Te vaak vervallen we dan in zwart-witdenken. Maar juist bij deze schades is het van belang om altijd alle perspectieven te blijven zien en ook te verwerken in de manier waarop gecommuniceerd wordt. Met Frank Boeijen in het achterhoofd is het credo voor de letselschade wat mij betreft dan ook: denk niet wit, denk niet zwart, maar denk in grijstinten!


Terug naar het overzicht