Wat doet een jeugdprofessional?

Kinderen zijn nog volop in ontwikkeling. Wanneer kinderen een ongeval meemaken, kan hun ontwikkeling worden verstoord. Dit kan grote gevolgen hebben voor de toekomst. Het is daarom van belang dat hier bij de afwikkeling van letselschades rekening mee wordt gehouden. Naar onze mening gebeurt dit momenteel in onvoldoende mate.

In de praktijk komt de juiste hulp voor kinderen met letselschade vaak moeizaam op gang. Als jeugdprofessionals in de letselschade zien wij dat er na een ongeval vaak wel veel aandacht is voor het zichtbare fysieke letsel van een kind, maar dat er nog maar weinig aandacht is voor het letsel dat niet direct zichtbaar is, zoals de problemen die kunnen ontstaan in het sociaal-emotionele en cognitieve functioneren. Als aan het begin van een letselschadeproces weinig aandacht wordt besteed aan deze problemen, kunnen deze problemen zich steeds verder opstapelen. Het gevaar hiervan is dat het letsel van een kind soms niet (tijdig) wordt onderkend en dat de afwikkeling van de letselschade onnodig vertraging oploopt.

In het kader van de herstelgerichte dienstverlening pleiten wij er voor om in het geval van letselschade bij kinderen vaker een jeugdprofessional met kennis van letselschadeprocessen in te schakelen. Wanneer het gaat om letselschade bij kinderen zijn er wat ons betreft vier scenario’s te onderscheiden, die hieronder nader worden toegelicht.

Kinderen als direct slachtoffer van een ongeval met zichtbaar fysiek letsel

In het eerste scenario hebben kinderen fysiek letsel opgelopen, waarvoor zij medisch worden behandeld. Het beloop van de fysieke klachten wordt nauwlettend door belangenbehartigers en verzekeraars gevolgd totdat een medische eindtoestand is bereikt. Daar kinderen nog volop in ontwikkeling zijn, zijn de gevolgen voor de toekomst vaak moeilijk te overzien. Om deze reden wikkelen belangenbehartigers en verzekeraars in de regel pas af op het moment dat de gevolgen voor de toekomst in medische zin duidelijk zijn. Wanneer er sprake is van een langdurig herstel, dan bestaat de kans dat er naast het fysieke letsel problemen ontstaan in het sociaalemotionele en cognitieve functioneren. Dit vergroot de kans op het ontstaan van problemen op andere levensgebieden, zoals op school. In een letselschadeproces, waarin vooral de fysieke klachten op de voorgrond staan, worden deze problemen niet altijd herkend.

Kevin (9) is in 2017 tijdens een gymles op school van het klimrek gevallen. Ten gevolge van dit ongeval heeft hij een breuk in zijn pols opgelopen. De belangenbehartiger en verzekeraar hebben het beloop van de breuk gevolgd. Na een langdurig behandeltraject was de breuk begin 2018 hersteld en hebben partijen op basis van dit gegeven de zaak afgewikkeld. Vlak na de afwikkeling blijft Kevin zitten op school.

Kinderen als direct slachtoffer van een ongeval met niet direct zichtbaar letsel

Ook als kinderen geen fysiek letsel hebben opgelopen na een ongeval, dan nog kunnen er problemen ontstaan in het sociaal-emotionele en cognitieve functioneren. Veel kinderen ervaren na een ongeval negatieve gedachten en gevoelens zoals angst, verdriet, boosheid en onzekerheid.

Herstel en Werk

Deze negatieve gedachten en gevoelens zijn van invloed op het gedrag. Kinderen gaan hier verschillend mee om. Waar het ene kind veel gaat piekeren, lacht het andere kind deze negatieve gedachten en gevoelens weg. In het huidige werkveld van de letselschade worden de sociaal-emotionele en cognitieve problemen bij kinderen nog vaak onderbelicht. Waar het voor volwassenen heel normaal is om in deze gevallen een dossier aan te maken, zien wij in de praktijk dat dit voor kinderen vaak niet gebeurt. Wanneer kinderen geen zichtbaar fysiek letsel hebben opgelopen en niet onmiddellijk na het ongeval problemen in het sociaal-emotionele en cognitieve functioneren laten zien, vindt er in de meeste gevallen geen follow-up plaats. Als de problemen na een aantal maanden alsnog aan het licht komen, hebben de problemen zich opgestapeld en is het ingewikkelder om de medische causaliteit aan te tonen.

Anne (8) was op haar fiets onderweg naar school toen zij werd aangereden door een personenauto. Hoewel er geen sprake is van fysiek letsel, heeft zij sinds het ongeval veel last van vermoeidheid. Zij ondervindt veel moeite om zich in de klas te concentreren en slaat de stof die tijdens de lessen wordt behandeld niet op.

Broers en zussen als indirect slachtoffer van een ongeval

Kinderen maken deel uit van een gezin. Elk gezin vormt een systeem. Wanneer één gezinslid betrokken is bij een ongeval, kan dit er toe leiden dat de balans binnen een gezinssysteem wordt verstoord. Wanneer in een gezin met meerdere kinderen één kind betrokken is bij een ongeval, heeft dit ongeval niet alleen impact op de betrokkene, maar ook op de rest van het gezin. Als kinderen getuigen zijn van het ongeval dat hun broer of zus is overkomen, kunnen zij deze herinnering gedurende een lange periode met zich meedragen. Het zien van een broer of zus in het ziekenhuis of het voelen van de machteloosheid van de ouders kunnen een grote indruk maken. Na een ongeval verschuift de aandacht van ouders vaak naar het getroffen kind, waardoor de behoeften van broers of zussen -tijdelijk- op de achtergrond komen te staan. Daar de negatieve ervaringen van broers en zussen niet een direct ongevalsgevolg zijn, wordt hier in de letselschade weinig tot geen aandacht aan besteed. Dit terwijl deze problemen niet zouden zijn ontstaan als het ongeval niet had plaatsgevonden.

Hoewel broers en zussen wettelijk gezien geen vorderingsrecht hebben, vormen deze negatieve ervaringen in sommige gevallen een herstelbelemmerende factor voor betrokkene.

Thomas en Michelle hebben samen twee kinderen, één zoon (Bas) en één dochter (Lisa), van respectievelijk 10 en 7 jaar oud. Bas heeft ten gevolge van een ongeval niet aangeboren hersenletsel opgelopen. Sinds het ongeval is er in de thuissituatie veel veranderd.

Kinderen van ouders die direct slachtoffer zijn van een ongeval

Binnen een gezin vormen ouders een stabiele factor. Met name jonge kinderen zijn nog erg afhankelijk van hun ouders. Op het moment dat ouders slachtoffer zijn van een ongeval en de stabiele factor binnen een gezin -tijdelijk- wegvalt, heeft dit een grote impact op het gezinsleven. Door het letsel dat ouders hebben opgelopen, en de problemen die hierdoor ontstaan, zijn zij minder beschikbaar voor hun kinderen. Hoewel kinderen dit meestal wel begrijpen, ondervinden zij soms moeite om dit te accepteren en vinden zij het soms lastig om hiermee om te gaan. Wat wij vaak zien in de praktijk is dat na een ongeval de posities binnen een gezin verschuiven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ouders die na een ongeval slachtoffergedrag vertonen en zich onttrekken aan hun verantwoordelijkheden. Om hun ouders zoveel mogelijk te ontzien proberen kinderen deze verantwoordelijkheden zo veel mogelijk van hun ouders over te nemen. Het gevolg hiervan is dat zij niet echt kind meer kunnen zijn.

Interventie

Duidelijk moge zijn dat een ongeval een grote impact kan uitoefenen op zowel een kind als het gehele gezin. Om de balans binnen een gezin na een ongeval te herstellen is naar onze mening een actieve, herstelgerichte, aanpak gewenst. Wanneer de begeleiding uitsluitend is gericht op de kinderen en de ouders niet bij de begeleiding worden betrokken, is het moeilijk om een verandering teweeg te brengen. Hoewel kinderen en ouders na een ongeval hulp kunnen krijgen vanuit het reguliere circuit, komt deze hulp vaak moeizaam op gang. Ouders zien niet altijd in dat zij hulp nodig hebben. Wanneer zij dit wel inzien ondervinden zij moeite om hulp te vragen en om de juiste hulp te vinden. Daarnaast zijn er in het reguliere circuit vaak lange wachtlijsten, waardoor kinderen en ouders niet altijd snel geholpen kunnen worden. Al deze factoren dragen eraan bij dat problemen soms onnodig verergeren en daarmee een grotere negatieve invloed uitoefenen op de toekomst dan nodig is. Dit is niet alleen nadelig voor de kinderen en de ouders zelf, maar ook voor belangenbehartigers en aansprakelijke verzekeraars, omdat het letselschadeproces hierdoor vertraging op kan lopen. Helaas bestaan er in het werkveld van de letselschade weinig organisaties waar kinderen en gezinnen zich tot kunnen wenden. Naar onze mening kunnen jeugdprofessionals, met kennis van letselschadeprocessen, in deze gevallen een uitkomst bieden.

Wat doet een jeugdprofessional in de Letselschade?

De jeugdprofessional in de letselschade biedt begeleiding aan kinderen en ouders die direct of indirect betrokken zijn bij een ongeval. Het doel van de begeleiding van een jeugdprofessional is om de kinderen te helpen en om de balans binnen een gezin te herstellen. Dit kan worden gerealiseerd door kinderen en hun ouders te ondersteunen bij de negatieve gevolgen van een ongeval en hun, daar waar mogelijk, te ontzorgen. De jeugdprofessional is onafhankelijk en wordt in de regel door een belangenbehartiger en verzekeraar gezamenlijk ingeschakeld. De jeugdprofessional brengt de problemen die binnen een gezin spelen in kaart en vraagt de individuele behoeften van de gezinsleden uit. In samenwerking met de gezinsleden stelt de jeugdprofessional een plan van aanpak op waarin de hulpvragen, doelen, afspraken, verwachtingen, evaluatiemomenten en kosten worden vermeld. Na ontvangst van een akkoord van de belangenbehartiger en de verzekeraar, gaat de jeugdprofessional met het gezin aan de slag. Indien de jeugdprofessional de benodigde hulp zelf niet kan leveren, zorgt deze ervoor dat de juiste instanties worden ingeschakeld en ziet deze erop toe dat de benodigde hulp ook daadwerkelijk geleverd wordt. Gedurende het letselschadeproces blijft de jeugdprofessional bij het gezin betrokken, net zolang totdat het gezin weer zelfredzaam is. Doordat de jeugdprofessional het letselschadeproces kent, weet de jeugdprofessional welke belangen de diverse partijen hebben en, ook niet onbelangrijk, welke rol de medische causaliteit kan spelen. Gedurende de begeleiding onderhoudt de jeugdprofessional het contact met alle betrokken partijen en draagt deze zorg voor een goede onderlinge communicatie.

Wanneer kan een jeugdprofessional worden ingeschakeld?

Voor belangenbehartigers en aansprakelijke verzekeraars kan het lastig zijn om te bepalen of een jeugdprofessional van meerwaarde kan zijn. Wij zijn absoluut geen voorstander van onnodige trajecten en wij pleiten er dan ook niet voor om in iedere letselschadezaak, waarbij één of meerdere kinderen betrokken zijn, een jeugdprofessional in te schakelen. Wanneer kinderen bij een ongeval betrokken zijn en niet direct letsel vertonen, raden wij wel aan om altijd een dossier aan te maken en het beloop gedurende een periode van een half jaar te volgen. Indien een kind na een half jaar geen problemen ervaart in het sociaal-emotionele en cognitieve functioneren, kan het dossier alsnog worden gesloten. Indien een kind wel klachten ervaart, dan kan de snelle inschakeling van een jeugdprofessional van meerwaarde zijn. Wat ons betreft is de inschakeling van een jeugdprofessional na een ongeval zinvol wanneer: een kind aanhoudend last heeft van negatieve gevoelens, zoals boosheid, verdriet en/of angst; een kind sterk veranderd gedrag laat zien zoals onzekerheid, piekeren, spanning, vermoeidheid, opstandig gedrag en/of het willen overnemen van de verantwoordelijkheden van de ouders; een kind opeens problemen vertoont op school zoals faalangst, concentratieproblemen, verminderde schoolprestaties en/of uitval; een kind langdurig moet herstellen en er sprake is van een verhoogd risico op het ontstaan van problemen op andere levensgebieden; een kind broertjes of zusjes heeft die vergelijkbare negatieve gevoelens dan wel gedragsveranderingen vertonen; ouders een ongeval hebben doorgemaakt en niet in staat zijn om er op eenzelfde manier voor hun kinderen te zijn als voor het ongeval; er sprake is van meerdere problemen binnen een gezin en een gezin er niet in slaagt om deze problemen zelfstandig de baas te worden.

Wat is de meerwaarde van de inzet van een jeugdprofessional in de Letselschade?

Hoewel de jeugdprofessional buiten het werkveld van de letselschade al jarenlang met veel succes wordt ingezet, zien wij dat in letselschadezaken hier nog maar weinig gebruik van wordt gemaakt. In het kader van de herstelgerichte dienstverlening zou wat ons betreft vaker gekozen moeten worden voor de inschakeling van een jeugdprofessional. Door het vroegtijdig inschakelen van een jeugdprofessional krijgen kinderen en gezinnen na een ongeval sneller de juiste hulp van een professional die weet hoe het er in het letselschadeproces aan toe gaat. In veel gevallen kan alleen een eerste inventarisatie al van grote meerwaarde zijn!